This article was accepted into the corpus but its outbound wikilinks were never NER-processed — typical at the deepest BFS hop or when the run's entity cap was reached. No expansion funnel to show.
| UNESCO Werelderfgoed | |
|---|---|
| Naam | UNESCO Werelderfgoed |
| Opgericht | 1972 |
| Locatie | Parijs |
| Type | Internationaal verdrag |
| Officiële taal | Arabisch, Chinees, Engels, Frans, Russisch, Spaans |
| Beheerder | UNESCO |
UNESCO Werelderfgoed is het internationale programma van UNESCO dat uitzonderlijke culturele en natuurlijke locaties wereldwijd erkent en probeert te beschermen op basis van het Verdrag van 1972, het Verdrag van 1972 inzake Bescherming van het Cultureel en Natuurbezit van de Wereld. Het programma beoogt immaterieel en materieel erfgoed te verbinden met instituties zoals het Werelderfgoedcomité, het Cultureel Erfgoedcentrum en nationale instanties zoals Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en buitenlandse partners als het Internationaal Natuurbehoudsverbond en het Internationaal Monumentenfonds. Veel bekende plaatsen, van Machu Picchu en de Piramides van Gizeh tot de Griekse Acropolis en het Grand Canyon National Park, zijn opgenomen in de lijst.
Het werelderfgoedprogramma ontstond uit het Verdrag van 1972 en wordt uitgevoerd door UNESCO en het Werelderfgoedcomité in samenwerking met deskundige organen zoals ICOMOS, IUCN en ICCROM. Lijstinschrijvingen omvatten plaatsen zoals Stonehenge, Angkor, Taj Mahal, Venetië, Mont-Saint-Michel en Galápagos-eilanden, en worden beheerd via nationale dossiers, internationale evaluaties en monitoringmechanismen die ook verband houden met organisaties als Wereldbank en UNEP.
Na de ondertekening door staten-partijen van het Verdrag van 1972 ontwikkelde het programma zich onder leiding van Irina Bokova en later directeuren-generaal van UNESCO zoals Koïchiro Matsuura en Audrey Azoulay. Historische stappen omvatten de eerste lijst met sites als Rock-Hewn Churches of Lalibela en latere uitbreidingen waaronder de opname van natuurgebieden zoals het Yellowstone National Park en transnationale inschrijvingen zoals de Silk Roads. Evaluaties door ICOMOS en IUCN en interventies van het Werelderfgoedfonds hebben geleid tot noodlijsten en herstelprogramma's na rampen bij sites zoals Palmyra en Notre-Dame de Paris.
Sites worden beoordeeld aan de hand van één of meer criteria vastgelegd door UNESCO en geadviseerd door ICOMOS en IUCN; voorbeelden van criteria verwijzen naar uniciteit zoals bij Petra, representativiteit zoals bij Historic Centre of Rome, en natuurlijke waarde zoals bij Great Barrier Reef. Lidstaten dienen een Tentative List in via nationale focal points en sturen Nomination Dossiers die technische gegevens, bufferzones en beheerplannen bevatten, vaak beoordeeld door deskundigen uit instituten zoals ICCROM, World Monuments Fund en Europa Nostra. Besluiten worden genomen tijdens jaarlijkse sessies van het Werelderfgoedcomité, soms beïnvloed door multilaterale diplomatie tussen staten zoals China, Verenigde Staten, Frankrijk en India.
België telt meerdere inschrijvingen waaronder het Historisch Centrum van Brugge, de Belforten van België en Frankrijk, het Begijnhof van Leuven, de Neolithische sites in Spiennes en het Atomium (als voortbrenging en debat), evenals industriële sites zoals de Textielsite van Vielle Montagne en landschapselementen verbonden met de Polders van Vlaanderen. Andere Belgische vermeldingen omvatten samenwerkingsprojecten met buurlanden, vergelijkbaar met transnationaal erfgoed zoals de Vestingwerken van Vauban en de Limes van het Romeinse Rijk.
Het beheer van werelderfgoederen vereist samenhang tussen nationale agentschappen zoals FOD Volksgezondheid (waar relevant), regionale overheden zoals Vlaamse overheid en infrastructuurpartners zoals SNCB en Infrabel voor bereikbaarheid en conservering. Technische bijstand wordt geleverd door ICOMOS, IUCN en ICCROM en soms door particuliere stichtingen zoals het World Monuments Fund en Europa Nostra, met financiering via het Werelderfgoedfonds, bilaterale programma's van UNESCO en donoren zoals de Europese Commissie en de Wereldbank. Noodmaatregelen na conflicten of natuurrampen zijn gecoördineerd met UNDP, UNESCO regionale kantoren en gespecialiseerde teams die stabilisatie, restauratie en monitoring uitvoeren.
Het systeem kreeg kritiek van ngo's zoals Greenpeace en academische instellingen zoals universiteiten in Oxford en Harvard wegens vermeende politicisering, commerciële vercommercialisering bij toeristische sites zoals Venetië en het risico op gentrificatie in gemeenschappen rond sites zoals Angkor Wat en Machu Picchu. Andere debatten betreffen de rol van staten zoals China en Rusland bij nominaties, het uitsluiten van bepaalde gemeenschappen zoals in gevallen rond Palmyra en de effectiviteit van sancties door het Werelderfgoedcomité. Studies door centra als Getty Conservation Institute leggen daarnaast spanningen bloot tussen behoudsprioriteiten en lokale ontwikkelingsprojecten gefinancierd door entiteiten zoals Asian Development Bank.
Erkenning leidt vaak tot toename van bezoekers aan locaties zoals Santorini, Barcelona, Kyoto en Prague, met economische effecten die lokale overheden zoals Gemeente Brugge en toeristische agentschappen zoals Visit Flanders proberen te reguleren via bezoekersmanagement en draagkrachtplannen. Tegelijk ontstaan negatieve effecten zoals massatoerisme in gevoelige gebieden als Galápagos-eilanden, sociale veranderingen in gemeenschappen rond Durbar Square en conflicten over landgebruik waarbij internationale actoren zoals UNWTO en fondsen van de EU betrokken zijn. Duurzame oplossingen worden voorgesteld door samenwerkingen tussen lokale ngo's, universitaire onderzoeksgroepen zoals KU Leuven en intergouvernementele instellingen zoals UNESCO zelf.
Category:Cultuurhistorisch erfgoed